Veel gestelde vragen

Hier finden Sie antworten zu Fragen:

Vóór de koop

{"active":false,"collapsible":true,"heightStyle":"content","event":"click"}

Welke schouw is geschikt voor het bedrijf van een sfeerhaard?

Wat de motor voor het voertuig, is de schouw voor de sfeerhaard. Zonder een juist gedimensioneerde schouw kan geen goede en effectieve verbranding worden gegarandeerd. Te lage of in de doorsnede te grote schouwen hebben vaak een zeer slechte trek, die voor moderne sfeerhaarden niet voldoende is. Vóór de installatie van een kachelhaard is voor de optimale werking van een stookplaats altijd een schoorsteenberekening door de bevoegde schoorsteenvegermeester of schoorsteenbouwer te laten uitvoeren. Als vuistregel geldt: De schoorsteen moet geïsoleerd zijn en minstens een effectieve hoogte van 4-5m hebben. De doorsnede moet tussen 15cm en 18cm liggen, zodat zich een trek van 15-20 pascal voordoet. Als uw schoorsteen deze waarden niet vertoont, kan uw schoorsteenveger u informatie voor een schoorsteensanering geven.

Welk nominaal vermogen moet mijn sfeerhaard hebben?

De keuze van de juiste grootte van de sfeerhaard, met aanpassing aan de gegeven verhoudingen van de benodigde warmte en de behoeftes van de eigenaar, is belangrijk voor een goede functie en  economische werking van de stookplaats. Bij middel tot goed geïsoleerde gebouwen met een normale plafondhoogte benodigt men ca. 1kW per 10m². Niettemin moet door de installateur een berekening van de benodigde warmte worden uitgevoerd. Tot een kubieke inhoud van 150 m³ kan de installateur het eenvoudig onderzoek van de benodigde warmte van enkele ruimtes volgens DIN 18893 toepassen. Voor grotere ruimtes vanaf 200 m³ kubieke  inhoud moet DIN EN 12831 worden toegepast, vanaf 150 m³ zijn deze toepassingen als advies schriftelijk vastgelegd.

Wat betekent type 1-2 en wat heeft dit met meervoudige belegging te doen?

Type 1 betekent, dat de sfeerhaard over een zelfsluitende vuurdeur beschikt en zodoende voor meervoudige belegging geschikt is. Dus samen met andere sfeerhaarden (doch maximaal 3 haarden) aan dezelfde schoorsteen bedreven mag worden. Een kachelhaard van type 2 beschikt niet over zulk een deur en mag slechts onder speciale omstandigheden bv. als hij als vulhaard wordt gestookt, in meervoudige belegging worden bedreven.

Wat is het verschil tussen vlak stoken en vul stoken?

De meeste gebruikelijke sfeerhaarden zijn vlakhaarden. Dit betekent dat zich de brandruimtebodem direct op hoogte van het venster resp. de vuurruimtedeur bevindt. Hier wordt hoofdzakelijk met hout gestookt. Door het verhoogd stoken leveren ze een zeer mooi vlammenbeeld en een zeer hoge stralingswarmte op door de ruit.

Dit stoken wordt hoofdzakelijk bij vulkachels ingezet. Hier bevindt zich de vuurruimtebodem duidelijk onder de brandruimtedeur. Hierdoor bereikt men een zeer efficiënte verbranding met lange duur en dit is bijzonder geschikt voor de verbranding van bruinkool. Vulkachels beschikken meest over geen of slechts zeer kleine zichtruiten.

Hoe wordt mijn sfeerhaard met verbrandingslucht verzorgd?

Normaliter wordt het haardvuur voldoende met lucht uit de opstellingsruimte verzorgd. 
De dichte bouwwijze van woongebouwen kan echter ertoe leiden, dat er voor de werking van een sfeerhaard niet voldoende lucht ter beschikking staat. Om de luchttoevoer te garanderen, kunnen sfeerhaarden met een eigen luchtleiding met verbrandingslucht worden verzorgd. Bij nieuwe gebouwen en saneringen van gebouwen moet deze externe luchttoevoer reeds in de planningsfase in acht worden genomen.

Wanneer is een kamerluchtonafhankelijke sfeerhaard noodzakelijk?

In woonruimtes met ventilatie-installatie zijn speciale veiligheidsmaatregelen verplicht, omdat ventilatie-installaties een luchtonderdruk kunnen genereren. Door de luchtinlaatopeningen van de sfeerhaard, waarover normaliter de verbrandingslucht uit de opstellingsruimte instroomt, zouden rookgazen in de woonruimte kunnen raken. Om dit te voorkomen, hebben wij kachelmodellen ontwikkeld, die onafhankelijk van de drukverhoudingen in de kamerlucht veilig branden. 
Kamerluchtonafhankelijk geteste sfeerhaarden hebben een vergunnings-nr. van het Duitse Instituut voor bouwtechniek (DIBT) en moeten voldoen aan speciale eisen (zoals bv. onder meer hogere dichtheidswaarden -ook na mechanische en thermische belasting- naleven; een zelfvergrendelende haarddeur en een externe verbrandingsluchtaansluiting hebben). Spreek vóór de koop van uw sfeerhaard met uw schoorsteenveger of u zulk een haard benodigd.

Eerste inbedrijfneming

{"active":false,"collapsible":true,"heightStyle":"content","event":"click"}

Walm en geurvorming bij de inbedrijfneming.

Bij het eerste opstoken moet de moffellak eerst moffelen. Hierbij kan zich walm of rook ontwikkelen. Dit is geheel normaal. Open zomogelijk ramen en deuren en zorg voor een goede ventilatie in de opstellingskamer. Indien zich er bij latere verwarmingsverrichtingen nog niet bereikte temperatuurpieken voordoen kan een opnieuw inbranden van de speciale lak gebeuren.

Bij het eerste opstoken de brandruimtedeur op een kier zetten.

De vuurruimtedeur moet bij het eerste opstoken van de haard met permanente toezicht van het apparaat licht geopend blijven (max. 1cm), omdat het anders in deze inbrandfase tot vastplakken van het afdichtingsprofiel zou kunnen komen.

Tijdens de verwarmingsfase

{"active":false,"collapsible":true,"heightStyle":"content","event":"click"}

Rookontsnapping bij het naleggen van brandstof.

Dat er bij het openen van de brandruimte (speciaal bij apparaten met grote zichtruiten.) wat rook en vliegas ontsnappen, is helaas onvermijdbaar. Wacht met het naleggen tot er zich nog maar gloed en geen open vuur meer in de brandruimte bevindt. Open de deur slechts enkele centimeters en wacht één tot twee minuten, voordat u dan naverhit. Op die manier kan de rookontsnapping/asvlucht op een minimum worden beperkt.

Als er ondanks deze maatregelen altijd nog overmatig veel rook vrijkomt, kan het ook andere oorzaken hebben. Uw schouw zou een te lage trek kunnen hebben of een te grote doorsnede hebben, so dat de rookkolom bij het openen naar beneden verzakt. Vergelijk de in het installatieprotocol ingevulde trekwaarde met de in de handleiding vereise minimum waarde. Zonodig vraagt u uw handelaar of de schoorsteenveger om een trekmeting te gelasten.

Zichtruit wordt zwart.

Bij elke sfeerhaard moet de ruit na een tijd worden gereinigd, omdat zich troebelingen hier niet laten vermijden. Indien zich al naar korte brandduur zwartingen instellen, die zich niet laten wegbranden, kan dit verschillende oorzaken hebben. Sterk harshoudend of vochtig brandhout kan een vervuilde ruit veroorzaken. Ontwikkelt de schouw niet voldoende trek, wordt de kachel te sterk afgezwakt, of langere tijd met zeer lage capaciteit (geringe hoeveelheid kloofhout) bedreven, zo kan de optimale verbrandingstemperatuur niet worden bereikt, om de ruit zoals gepland vrij te branden. Vergelijk de in het installatieprotocol ingevulde trekwaarde met de in de handleiding vereiste minimum waarde. Zonodig vraagt u uw handelaar of de schoorsteenveger om een trekmeting te gelasten. Te lage of hoge trek beïnvloedt ook de ruitspoeling op een negatieve manier.  Verschijnen er punctuele zwartingen, die van de ruitrand naar binnen lopen en met de tijd groter worden, kan er een ondichtigheid zijn van de ruit- of deurdichting zijn. Richt u hier insgelijks tot uw handelaar, die dan de losse dichting weer bevestigt of zonodig vervangt.

Melkige troebeling van de ruit.

Als zich er een melkige troebeling van de ruit insteld die zich niet laat reinigen, is dit meestal een duidelijk teken voor een overhitting. Werd een ruit door overhitting eens uitgekristalliseerd, is dit onherstelbaar en de ruit moet worden vervangen. Ook scherpe reinigingsmiddelen dienen niet voor de reiniging van de ruit te worden gebruikt!  Richt u voor het  vervangen aan uw handelaar.

Knakgeluiden tijdens het verwarmingsbedrijf.

Bij deze geluiden is er sprake van rekgeluiden. Staal zet uit bij het verwarmen en trekt zich bij het afkoelen samen. Deze bewegingen ontstaan zowel in de fase van verwarming en afkoeling als ook tijdens het naleggen. Deze kunnen bij uw sfeerhaard bij de werking van het apparaat tot hoorbare rekgeluiden leiden. Deze zijn geheel normaal en er werd rekening mee gehouden bij de constructie van uw sfeerhaard, zodat de haard niet beschadigd wordt. Maar als de haard door de toevoeging van teveel of de verkeerde brandstof overhit, komen er natuurlijk ongewone luide en talrijke rekgeluiden. Verwarm slechts zoals beschreven  in de handleiding en leg na in zomogelijk korte afstanden om grote temperatuurverschillen te voorkomen en de rekgeluiden op een minimum te reduceren.

Brandstoffen

{"active":false,"collapsible":true,"heightStyle":"content","event":"click"}

Welke brandstof mag ik toepassen?

Volgens de eerste verordening ter uitvoering van de Duitse Emissieveiligheidswet mogen in sfeerhaarden slechts rookarme brandstoffen worden verbrand.

Voor onze haarden zijn dit uitsluitend: ongedenaturerde stukken kloofhoutinclusieve schors (rest vochtigheid max. 15 %), houtbriketten volgens DIN 51731 HP2. Bij sommige modellen van sfeerhaarden kunnen ook bruinkoolbriketten als brandstof worden toegepast. Te grote stukken kloofhout hebben het nadeel dat ze vaak slechts verkolen zonder echt te branden. Hierdoor vormt zich in de schouw snel glansroet die in het ergste geval tot een schouwbrand kan leiden.

ONTOELAATBAAR is daarentegen de verbranding van bv. gelakt of kunststof gecoat of anders behandeld hout, schorsafval, spaanplaten of platenwerkstoffen, papier, kartonnen verpakkingsmateriaal en gebruikte kleding, kunst- en schuimstoffen, met houtconserveermiddelen behandeld hout, huisvuil, papierbriketten, vochtig hout (rest vochtigheid > 20 %), pellets, alle vaste of liquide houtvreemde stoffen.

Reiniging van de installatie

{"active":false,"collapsible":true,"heightStyle":"content","event":"click"}

Hoe en wanneer moet ik mijn sfeerhaard en de rookbuis reinigen?

1-2 keer per verwarmingsperiode moet u uw sfeerhaard compleet reinigen (aanwijzingen in de handleiding van het apparaat in acht nemen). Overtollige as in de brandruimte kan eenvoudig met een geschikte stofzuiger worden verwijderd. Ook de rookbuis tussen sfeerhaard en schouw moet één keer per verwarmingsperiode worden gereinigd. Dit gebeurt normaliter via de reinigingsopening in de rookbuis (met deksel gesloten) of door demontage van de rookbuis van de haard. 

Algemene vragen

{"active":false,"collapsible":true,"heightStyle":"content","event":"click"}

Kan een sfeerhaard worden overhit?

Ofschoon Koppe sfeerhaarden slechts van hoogwaardige materialen worden vervaardigd kunnen deze toch worden overhit. Vooral door de toevoeging van teveel of verkeerde brandstof kunnen brandruimte en bekleding worden beschadigd.

Wat is primaire, secondaire en tertiaire lucht?

Bij de primaire lucht is er sprake van de hoofdverbrandingslucht. Ze moet in de opwarmfase volledig worden geopend en er moet na de opwarmverrichting (al naar de trekverhouding van de schouw na ca. 10-15 min.) de gewenste warmtecapaciteit passend worden aangepast.

De secondaire lucht dient hoofdzakelijk als voeding voor de ruitspoeling. Ze stroomt langs de zichtruit om een vermeerd roetig worden te verhinderen.

De tertiaire lucht stroomt meestal door openingen in het achterste deel van de brandruimte en voert aanvullende lucht toe aan de verbranding. Afhankelijk van het oven type kan hierdoor een lagere uitlaatgasemissie worden bereikt.

Veel gestelde vragen over de watergeleidende haardkachel

{"active":false,"collapsible":true,"heightStyle":"content","event":"click"}

Kan ik een watergeleidende haardkachel zonder water bedrijven?

Watergeleidende haardkachels mogen in geen geval zonder aangesloten verwarmingsinstallatie en buffergeheugen worden bedreven. Zonder water is een overhitting voorgeprogrammeerd waarbij onherstelbare schade kan optreden. Dichtingen en sluitingen worden poreus en worden in de latere werking ondicht. Alle veiligheidsvoorzieningen zoals automatische ventilatie, thermische afvoerbeveiliging TAS, evenals de veiligheidsklep zijn niet geconstrueerd voor temperaturen boven 100°C en worden hierdoor vernietigd. Wordt een watergeleidende haardkachel zonder watervulling bedreven, kan het tot de volledige vernietiging van de corpus van staalplaat komen en een compleet vervangen van de kachel het gevolg zijn.

Benodig ik automatisch een buffergeheugen en hoe groot moet die zijn?

Voor alle watergeleidende haardkachels van Koppe schrijven wij een buffergeheugen met een capaciteit van minstens 400 liters. Wordt een installatie zonder buffergeheugen met weinig afnemers (radiatoren) bedreven, kan de geproduceerde warmte in de warmtewisselaar niet worden afgevoerd, wat ook een overhitting van de kachel tot gevolg heeft.

Wat is een thermische afvoerbeveiliging?

De thermische afvoerbeveiliging is een beveiliging tegen overhitting. Bereikt de warmtewisselaar een temperatuur van boven 95°C wordt een koelspiraal met koud water gespoeld om te vermijden, dat de temperatuur van het warm water in de warmtewisselaar van de kachel boven 110 °C stijgt.

Wat is een veiligheidsklep en waarvoor heb ik deze nodig?

De veiligheidsklep is de laatste veiligheidsfase voor het warmtewisselaarreservoir van de kachel. Deze moet in staat zijn een ontoelaatbare overdruk ook dan te verhinderen, als de andere voorgeschakelde regel, stuur- en bewakingsapparaten mislukken. De veiligheidsklep moet jaarlijks op functie worden gecontroleerd. Hiertoe de rode gekartelde kap langzaam tegen de wijzers op de klok draaien tot het ventiel werkt.

Wat is een terugloopverhoging en waarvoor heb ik deze nodig?

Om een dauwpunt corrosie en de vorming van condensaat in de ketel te voorkomen, moet de teruglooptemperatuur van de verwarming van houtkachels constant boven 65° C worden gehouden. Dit wordt bereikt met een thermisch 3-weg ventiel en een geïntegreerde pomp, ook terugloopverhogingsgroep  genoemd. In aanloopbedrijf loopt de ketelkring eerst in kortsluiting (interne kringloop). Over een bypass wordt de terugloop direct heet voorloopwater toegevoerd. Na bereiken van de teruglooptemperatuur van 65°C opent het mengventiel de verwarmings- resp. bufferkring en verhindert vervolgens het dalen van de teruglooptemperatuur onder de waarde die aan de temperatuurregelaar is ingesteld (stand 5-6 = 65°C). De thermische afvoerbeveiliging TAS moet jaarlijks op functie worden gecontroleerd. Hiertoe de rode drukknop  krachtig drukken tot het ventiel werkt (koud water hoorbaar door de leiding stroomt).

Product gegevensbladen | Energielabels

Hier vind u voor alle actuele modellen een product gegevensblad met het bijbehorende energielabel.

Vanaf 1 januari 2018 moeten alle haarden en kachels (EU verordening 2015/1186) met een vermogen tot 50 kW verwarmingscapaciteit een product gegevensblad en energielabel (met klasse A++ tot en met G) toegekend hebben om betere informatie te geven over efficiëntie.

Indien u gegevens nodig heeft voor een Koppe product zullen wij u hiermee helpen. Hiervoor hebben wij het model én serienummer nodig. Dit vind u terug op het typeplaatje, deze bevindt meestal in de ruimte voor de aslade of op de achterkant van de haard.

Uw aanvraag kunt bij voorkeur per mail sturen naar info@ofenkoppe.de.

Overzicht product gegevensbladen & energielabels

Stroomloze Pelletkachels

COSA
GRAVITY
SYMIO
TAYO

Halbautomatische Pelletöfen

COSA
COSA 15
GRAVITY
GRAVITY DELUXE
PINTO

Automatische Pelletöfen

COSA
COSA 15
GRAVITY
GRAVITY DELUXE
PINTO

Ambiente Kachels

FINEA
METRIC
METRIC II

Houtkachels op CV

CARON AQUA
NEXUS AQUA

Vulhaard

K 75

Inbouwhaard

KHE U52

Houtkachel Finder
Meine Öfen